De pop is speelgoed waar al van oudsher mee gespeeld wordt en is dan ook een van het oudste speelgoed voor kinderen. Toch waren de allereerste poppen nog niet bedoeld als speelgoed. Ze hadden een religieuze of ook wel een magische functie. De poppen werden vaak als gelukbrenger cadeau gedaan. De Indianen gebruikten de pop om hun kinderen goden te leren. Deze poppen noemden ze de Katschina-pop en waren karakteristiek beschilderd. De poppen werden van stof, hout, klei, steen of andere materialen gemaakt.
Later dienden de poppen wel als speelgoed maar vooral voor meisjes. De meeste exemplaren waren zelf ook van het vrouwelijk geslacht, waardoor het meisje haar pop drie verschillende rollen kon laten zijn, die van haar baby, haar vriendin of die van zichzelf. Eigenlijk was de pop een beetje bedoeld om hen op hun toekomstige taak als moeder voor te bereiden.
Poppenspelen bestaan over de hele wereld en maken verhalen bereikbaar voor een groot publiek. De poppenspelen zijn al duizenden jaren oud. De oudste vorm van poppenspel ontstond in India. Rond de negende eeuw na christus ontstond in Indonesië het Wajangpoppenspel. Wajang staat voor schaduw en zo zijn de schaduwspelen ontstaan. Door de schaduwspelen ontwikkelden de poppenculturen zich. Eenvoudige Wajangpoppen werden uitgebreid naar marionetten, poppen met bewegende ledematen die uitdrukkingen konden uitbeelden. De marionet werd bewogen door middel van draadjes aan de lichaamsdelen.
Door de marionet schreef Colledi in 1883 zijn verhalen over de bekende pop Pinokkio. Het verhaal van Pinokkio hield oude tradities van de Italiaanse cultuur in stand. Het was en is nog steeds erg populair onder kinderen en volwassen. De poppencultuur steeg hierdoor in Europa.